Onjuiste laskleding
kan leiden tot claim : ruim helft werkgevers in metaalsector weet
niets van Europese arboregels
(bron UWV publicatie
2000)
De eindverbruiker heeft in het
algemeen te weinig kennis om zelf te kunnen vaststellen of
veiligheidskleding wel veilig is en of de beloofde kwaliteit ook
daadwerkelijk geleverd wordt. Om die reden heeft de Europese Unie
normen opgesteld waarop de werkgever eenvoudig kan controleren op
basis van de norm of de kleding voldoet aan de door hem gestelde
eisen.
Bekende testinstituten zijn
bijvoorbeeld TNO (Nederland) , Centexbel (België) en STFI (Zweden).
Helaas maken slimme handelaren
misbruik van het feit dat veel werkgevers van deze normen niet
volledig op de hoogte zijn.
Vlamvertragende kleding kan men
herkennen aan een vlammetje in het pictogram. Dit pictogram mag
uitsluitend gebruikt worden voor kleding die voldoet aan of
de
EN 470-1 lasnorm

of de EN 531 norm

voor hitexponerende omstandigheden
(uitgezonderd de brandweer). Wanneer vervolgens geen fabrikant en/of
artikelnummer vermeld wordt weet u zeker dat u met
niet deugdelijke veiligheidskleding te maken hebt.
De stijgende vraag naar
vlamvertragende kleding heeft helaas een negatieve bijwerking.
Slimme handelaren gebruiken de algemene textielnorm EN 533 om
veiligheidskleding gewoonweg goedkoper te kunnen aanbeiden.
Deze kleding heeft nooit een
testinstituut gezien en de werkgever is bij een ongeval dus
hoofdelijk aansprakelijk.
Vaak wordt zelfs een pictogram met een vlammetje aangebracht om de
koper te overtuigen, maar dit is uitsluitend een schijnveiligheid.
Ook kan de werkgever zich nooit beroepen op het feit dat hij/zij
fout is voorgelicht. Volgens de wet moet een ondernemer zelf
controleren of datgene dat hem verteld is ook daadwerkelijk klopt.

De EN 533 is een algemene textielnorm
die onderverdeeld is in 3 indexen
Index 1 :
Geen vlamverspreiding,
maar er mag een gat gevormd worden in het materiaal. Indien
gebruikt in beschermende kleding, mogen dergelijke materialen
niet in contact komen met de huid.
Index 2:
Geen vlamverspreiding en
geen gatvorming.
Index 3:
Geen vlamverspreiding,
geen gatvorming en een zeer korte nabrandtijd en nagloeitijd
Wanneer een fabrikant kleding aan een
testinstituut aanbied ter certificering, moet de stof die gebruikt
wordt, voldoen aan de EN 533 index 3. Waar zijn die andere 2
indexen voor? Voor bijvoorbeeld vloerbedekking. Wanneer bij brand
hier een gat in valt en dat deze naschroeit brengt geen mensenlevens
in gevaar, deze norm is bedoeld om wanneer een brandende kaars of
sigaret valt de vloerbedekking niet direct vlam vat. Wanneer een
stof die voldoet aan de EN 533 index 1 voor veiligheidskleding wordt
gebruikt loopt de drager een groot risico bij calamiteiten. Immers
de kleding die hem/haar zou moeten beschermen smelt door het vuur.
Iets wat bij vloerbedekking niet uitmaakt.
De EN 533 norm kan uitsluitend worden
toegepast bij veiligheidskleding wanneer deze sowiezo aan de index 3
voldoet, maar vanwege haar vorm, bodywarmer of vestje, nooit
aan de EN 531 kan voldoen. Deze norm schrijft namelijk voor dat het
hele lichaam bedekt moet zijn. Bij deze toepassing moet dan wel
kleding die voldoet aan de EN 531 norm gedragen worden.
De EN 533 index 1 norm is
levensgevaarlijk wanneer toegepast op veiligheidskleding en zal
nooit door een testinstituut erkent worden.
Wordt u geconfronteerd met deze
kleding test het dan zelf, snij ergens een stukje uit waar het niet
zichtbaar is en steek dit in de brand. Overtuig uzelf, doe dit
alleen wel op een ongevaarlijke plaats, zoals een spoelbak. We
proberen juist brand te voorkomen niet te veroorzaken. Vervolgens
vraagt u het testcertificaat op. Omdat deze kleding nog nooit een
testinstituut van binnen gezien heeft kan de leverancier u dit dus
niet overhandigen. Gerenommeerde leveranciers van veiligheidskleding
laten u graag deze certificaten zien. Hierop staat vermeld: de
fabrikant, het artikelnummer, het testinstituut en de normen met
pictogrammen waaraan deze veiligheidskleding voldoet.