Apekool
Bij laswerk is het altijd uitkijken geblazen. Maar hoe gevaarlijk is een lasboog voor contactlensdragers?
De gedachte dat er constant iets op je oogvocht drijft doet sommige mensen gruwelen. Zo werden begin jaren tachtig in verschillende Amerikaanse fabrieken memo's verspreid, die op het grote gevaar van contactlenzen voor lassers wezen. Lensdragende lassers die ook maar even in de richting van een elektrische lasboog kijken, zouden het risico lopen dat de contactlens spontaan aan het hoornvlies vastkleeft. Een niet nader genoemde lasser zou bij het verwijderen van zijn lenzen zelfs zijn hoornvlies hebben losgetrokken, en zo blind zijn geworden.
Nu is laswerk zonder meer gevaarlijk. Behalve hitte en intens fel licht, strooit een lasboog ook kwistig ultraviolette straling in het rond. En kunststoffen zijn niet altijd immuun voor UV-straling: zonder de juiste toevoegingen wordt het materiaal na verloop van tijd bros en verkleurt, een verschijnsel dat ook wel UV-degradatie wordt genoemd. Dat dit mechanisme ook contactlenzen aan ogen doet smelten is echter niet aannemelijk.
,,Het is een gerucht dat elke vijf á zes jaar weer opduikt'', verzucht Kees Corstanje, optometrist bij het Oogheelkundig Medisch Centrum in Haarlem. ,,Ik ken het verhaal wel, maar ik heb nog nooit gehoord dat zoiets daadwerkelijk is voorgekomen. Er zijn mij absoluut geen praktijkgevallen bekend.''
Om aan een flinke dosis UV-straling een oogbeschadiging over te houden, heb je overigens geen contactlenzen nodig: langdurige blootstelling kan zowel het hoorn- als het netvlies beschadigen. De ultraviolette straling die bij lassen vrijkomt kan de polymeren van een contactlens in principe wel veranderen, maar tegen die tijd ben je waarschijnlijk allang blind. Contactlenzen die aan je ogen kleven zijn dan nog het minste probleem.
(Bron: TUDelta nr 34 jaargang 29)